Vogelvlucht
recreeren

Leerzaam
Woningen
Toegankelijk
Natuur
Contact


Landschap Landgoed Zwanenburg

Landgoed Zwanenburg zal aan hoge ecologische eisen voldoen. Hiertoe zal minimaal 90% van de agrarische gronden door middel van natuurbouw worden omgevormd tot natuurgebied met een grote diversiteit in biotopen.

  Het Landgoed bevindt zich op een kreekrug met een grote variatie aan grondsoorten, zoals zand, klei, veen en mengvormen hiervan.

Het veen is hoofdzakelijk gevormd door rietvegetatie en bevindt zich één à twee meter onder het maaiveld.

Onder het veen bevindt zich een dik pakket kattenklei dat het onderliggende zoute water verhindert naar boven te komen. Wanneer deze laag niet doorboord wordt, is het mogelijk in ons overwegend zoute milieu een zoetwater milieu te creëren.

Gecombineerd met verhoging c.q. verlaging van de uitgegraven verschillende grondsoorten, is het mogelijk om op een betrekkelijk kleine oppervlakte ongeveer zes biotopen te realiseren.




Het terrein is toegankelijk voor het publiek op de uitgemaaide paden

Teneinde te voorkomen dat de omvorming van de bestaande grond in verschillende biotopen onomkeerbaar is, wordt gewerkt met een nul grondbalans. Dit houdt in dat er geen grond af- of aangevoerd wordt op het Landgoed.

Ook zal worden voorkomen dat grondsoorten vermengd worden. Dit betekent dat met een speciale kraan de zoetwater reservoirs en de wadi’s (moerasgebieden) in niveaus uitgegraven worden. De grondsoorten worden afzonderlijk gedeponeerd (biotoopvorming) op die plaatsen waar landschappelijk gezien verhoging gewenst is.

Op grondkaarten worden deze locaties aangegeven zodat - wanneer dit noodzakelijk zou worden geacht - het geheel min of meer weer in de oorspronkelijke staat kan worden teruggebracht.

Na dit grondverzet worden er natuurlijke glooiingen aangebracht. Het glooiende landschap moet in de droge zomerperiode gemaakt worden en vervolgens tot het volgende voorjaar blijven liggen zodat de bodemstructuur in tact blijft.


Daarna kunnen kruiden worden gezaaid en het jaar daarop zullen bomen en struiken worden geplant.

Ieder jaar moet het organisch materiaal afgevoerd worden waardoor verschraling optreedt. Op deze wijze wordt de natuurlijke vegetatie bevorderd.

In het tweede jaar na het grondwerk worden bomen en struiken op een zodanige wijze geplant dat de en recreatiewoningen (zie foto onder) enerzijds een vrije inschijning van de zon hebben en anderzijds beschut zijn van inkijk. De grondniveau verschillen (max. 2,5 m t.o.v. het maaiveld) dragen hier ook toe bij. Deze hoogteverschillen worden verder geaccentueerd door hoogteverschillen in de beplanting. Het geheel wordt dan een afwisselend open en besloten overgangsgebied tussen het productiebos van Staatsbosbeheer en het open poldergebied.

De beplanting bestaat uit drie categorieen, te weten: vruchtdragende, groenblijvende en standaard beplanting. De vruchtdragende bomen vormen het leeuwendeel en bestaan uit  o.a. notenbomen, oude fruitrassen, hazelaars, rozebottelstruiken, etc. De groenblijvende beplanting vormt een beperkt aantal binnen het totaal omdat deze niet kenmerkend zijn voor het Zeeuwse landschap. Toch is deze categorie opgenomen aangezien ze wel als rustplaats voor vogels dienen. Het geheel zal gecompleteerd worden met de standaard beplanting zoals de wegbeplanting die aangebracht wordt door het waterschap.